Het teken van de heksenjagers

Malinde is een heksenkind. Zij kan toveren: de toverspreuken komen vanzelf in haar hoofd op. En dat is gevaarlijk, want toverij is verboden. Heksenjagers doorzoeken het land, onder leiding van hun wrede Grootmeester. Op een kwade dag spreekt Malinde, zonder het te willen, een spreuk uit. De gevolgen zijn vreselijk... Malinde moet vluchten voor de heksenjagers. Ze besluit naar Nonkel Nevelbeen te gaan. Die is groot en sterk en zal haar zeker beschermen. Maar hij woont in de hoofdstad en de weg daarheen is lang en gevaarlijk. Op haar tocht naar de stad ontmoet Malinde de jongen Tuur en samen reizen ze verder. Ze worden goede vrienden. Toch durft Malinde niet te zeggen wie zij echt is. Kan ze Tuur vertrouwen?

 

Fragment uit Het teken van de heksenjagers 
Malinde woont in een huisje in het bos, samen met Lucijn, die haar moeder is. Er woont niemand bij hen in de buurt, want Lucijn is een heks en daar zijn de mensen bang voor.
"Bang voor mij!" lacht Lucijn wel eens een dan schudt ze haar hoofd, zodat haar blonde krullen dansen. "Ik ben maar een dorpsheks, ik kan niks zonder mijn plantensmeersels en mijn kruidendrankjes. Maar jij, Malinde, jij zult een echte heks worden, beroemd en gevreesd. Let op mijn woorden."
Malinde haalt haar schouders op als haar moeder dat zegt. Wat kan het haar schelen of ze later heks wordt of niet? Later komt later pas. Nu is het herfst en avond en het bos ruikt naar kastanjes.
De kinderen uit het dorp verderop mogen niet met Malinde spelen van hun ouders. Malinde vindt dat niet erg. Elke avond na het eten speelt ze met de muizen uit de holle boom. De holle boom staat achter het huisje en in de schemering komen de muizen tevoorschijn. Ze doen verstoppertje met Malinde en ze winnen het altijd van haar, want voor hen is verstoppen niet moeilijk. Soms doen ze tikkertje op de open plek rondom het huisje. Dan winnen de muizen ook, want dan moet Malinde extra voorzichtig zijn. Een muis is platgestampt voor je er erg in hebt.
Af en toe heeft Malinde geen zin in spelen. Als ze de hele dag hard gewerkt heeft bijvoorbeeld. Vaak moet ze water halen uit de bron in het bos, of brood en kaas uit het dorp. Of haar moeder vraagt haar om een vreemd en gevaarlijk plantje te zoeken dat ze nodig heeft voor haar toverij. Monnikskap en braakrussula en glibberige wieren zonder naam, die alleen in de moerassen groeien. Doodmoe komt Malinde thuis van die tochten. Dan klimmen de muizen op haar knieën en maken een praatje met haar.
De meeste muizen kunnen natuurlijk niet praten, maar deze wel. Dat komt doordat ze vlak bij een huisje wonen waar de hele dag een heks zit te toveren. Er lekt wel eens wat toverij naar buiten, zodat het gras er naar gesponnen suiker smaakt en de holle boom een gezicht heeft. Daarmee loert hij boosaardig naar de muizen. Want die wonen in zijn oor en dat vindt hij maar niks.
Ze zijn met z'n zevenen: Nag en Dig, Piek en Fiel, Gelenke, Teneu en Gekke Bertje.
Een voor een komen ze uit het oor van de holle boom gekropen, de kleine Gelenke als eerste en als laatste Gekke Bertje, met wijdopen ogen van angst. Ze klimmen op de knieën van Malinde. Alleen Gekke Bertje blijft op de grond.
"Niet klimmen!" zegt hij. "Op de g-grond is het veilig. H-heb ik ze niet gezien in de nacht, de w-w-welgezinden met hun vleugels van gerafeld glas, de uilen met hun ogen van o-opalen? Heb ik ze niet gezien, de f-f-furiën met hun grijpgrage handen van h-hout?"


vanaf 10 jaar
gebonden
96 pagina's
AVI 9+
ISBN: 9789025108656 
11,50 euro

Bestel nu HET TEKEN VAN DE HEKSENJAGERS 
 

Filmpje


Mijn boeken