|
De purperen koningsmantel
Drie prinsen zijn op zoek naar de purperen koningsmantel.
Degene die hem vindt, wordt de nieuwe koning. Ondertussen is het land in de macht van de Grijze Kanselier, die zo'n beetje alles verboden heeft.
Kleine Bast woont in een land waar alles grijs is. Kleuren heeft hij nog nooit gezien. Tot de Prins op het Witte Paard langskomt: een prachtige verschijning met geelblonde haren, blauwe ogen en een groene mantel om. In ruil voor wat eten vertelt de Prins betoverende verhalen over prinsen en piraten, ridders en draken, tovenaars en monsters.
De verhalen van de Prins lijken iets te maken te hebben met het grijze land van Kleine Bast. En met de purperen koningsmantel. Maar wat precies? En waarom wordt de Prins achtervolgd door een grote geheimzinnige vogel?
Fragment uit De purperen koningsmantel
Lume woonde met haar moeder midden in een - groot moeras. Dat kon omdat hun huisje op lange houten palen stond, zodat het hoog boven het moeraswater uitstak. Naast het huisje was een kippenhok, dat ook op palen stond. Daarin woonden de kippen van Lume en haar moeder. Iedere dag ging Lumes moeder, die Finne heette, vanaf de veranda met een touwladder naar beneden. Dan stapte ze in haar roeibootje en ging ze kippenvoer halen in het dorp dat aan de rand van het moeras lag. Het was het enige dorp in de buurt.
"Wat ligt er aan de andere kant van het moeras?" vroeg Lume wel eens. Dan werd haar moeder erg kwaad en zei: "Daar ligt helemaal niets. Niemand is ooit die kant op gegaan en dat heb jij ook maar uit je hoofd te laten. Ik wil er niets meer over horen. Ga liever moerasbaarzen vangen."
Soms vroeg Lume zich stilletjes af hoe haar moeder kon weten dat er niets was aan de andere kant als er nog nooit iemand was geweest. Maar ze zei niks, want ze was een lief en braaf meisje. Dus ging ze de moerasbaarzen vangen die ze nodig hadden om in het dorp te ruilen tegen kippenvoer.
Dan was Finne tevreden en gaf ze Lume een zoen en noemde haar "mijn kleine prinsesje".
"Ooit, mijn kleine prinsesje," zei ze, "zul je niet meer in een hutje 'n het moeras wonen maar in een groot kasteel 'n het Koninkrijk Hiernaast, en zijden jurkjes dragen en van gouden bordjes eten. Dat past veel beter bij ons, want wij horen hier niet thuis,jij en ik. Ik word ziek van dit vieze, stinkende moeras."
En er kwam een dag dat Finne inderdaad ziek werd en niet naar het dorp kon gaan. Dus roeide Lume er alleen heen met haar baarzen. Ze ging naar de winkel voor het kippenvoer.
"Dag Lume" zei de dikke winkelier, die Stabom heette,
"mooie moerasbaarzen heb 'e daar."
"Dag Stabom. Mag ik kippenvoer? En ik moet ook sinaasappels hebben, want Finne is ziek."
"Oei. Dat is lastig. Net nu ik je vissen niet meer hoef. Er is sinds kort een visser in het dorp komen wonen, zie je, en die vangt alle baarzen die we maar nodig hebben. Heb je geen goud?" Dat had Lume niet en ze begon te hullen, want ze was bang dat de kippen nu van honger dood moesten gaan.
"Rustig maar, kleintje," zei Stabom, "ik zal je nog één zakje meegeven, genoeg voor twee dagen. Meer kan ik niet voor je doen. Heb je echt geen goud?"
"Nee, echt niet," zei Lume. Op dat moment kwam er een man de winkel binnen. Hij was lang en stakig en ongeschoren en hij had een oliejas aan. Hij droeg een grote zak met baarzen op zijn rug. Op zijn wang zat een pukkel en hij rook naar vis.
"Zo," zei hij, "ben jij dat grietje dat hier altijd haar flutvisjes komt ruilen? Nou, voortaan hoeft het niet meer. Ze kunnen hier betere baarzen krijgen, van een echte visser met grote netten en een oliejas, niet van een klein meisje met een prutshengeltje."
"Maar hoe moet ik dan kippenvoer betalen?"
"Wat kan mij dat schelen?" grijnsde de visser. "Zie maar dat je een andere manier vindt om geld te verdienen. Misschien kan je wel naar de andere kant van het moeras gaan, om de schat van de spoken te stelen. Geestengoud, hahaha, anders gaan je kippen dood en dan worden het ook geesten. Spookkippen, hahaha." Hij de de zak met vissen op de toonbank en Stabom gaf hem
drie goudstukken.
Toen hij de winkel uit was, vroeg Lume: "Wat bedoelde hij, Stabom? Wat voor schat is dat?"
"Ze zeggen dat er aan de andere kant van het moeras een grote goudschat te vinden is," zei de dikke winkelier, "maar daar moet je niet heen gaan, kleintje, want aan de andere kant van het moeras ligt de stad Indigo."
vanaf 8 jaar
gebonden
128 pagina's
AVI 9
ISBN: 9789025107888
11,99 euro
Bestel nu DE PURPEREN KONINGSMANTEL
VERBLUF DE JUF!
Weetjes om extra indruk te maken tijdens je boekbespreking
Mijn boeken zitten, al zeg ik het zelf, bijzonder knap in elkaar. Je kunt er veel over nadenken en veel over vertellen. Als je, bijvoorbeeld tijdens een boekbespreking, veel over mijn boeken wilt vertellen maar geen tijd hebt om er veel over na te denken: geen nood! Hier volgen een paar weetjes.
Let op: niet gewoon overschrijven en opdreunen! Sommige dingen die hier staan zijn zó bijzonder dat de meeste kinderen ze zelf niet kunnen verzinnen. Dat valt op. Zorg dat je begrijpt wat je vertelt, anders ziet je juf (of meester) meteen dat je het gewoon van internet hebt geplukt. En dan zijn ze niet meer onder de indruk. Terwijl dat natuurlijk wel de bedoeling is.
WIE IS WIE?
In veel van mijn boeken hebben de personages namen-met-een-verhaal. Ook zijn er personages die in meer dan één boek voorkomen.
In De purperen koningsmantel zijn dat bijvoorbeeld:
De prinsen Ban, Bors en Ulfius en hun vader Claudas: Deze namen komen uit een van de beroemdste en meest uitgebreide ridderboeken aller tijden: Le morte d'Arthur van de Engelsman Thomas Malory. Daarin staan álle verhalen over koning Arthur. Over alle veldslagen staat nauwkeurig verteld welke ridder welke koning een klap verkocht, en welke prins welke andere ridder van zijn paard gooide, enzovoort enzovoort.
Als ik dus een keer een riddernaam zoek, prik ik gewoon met mijn vinger op een van de bladzijden van het boek; meestal prik ik dan in een naam. Als het geen al te lange, ingewikkelde naam is dan wordt die het (want steeds maar Ban of Ulfius typen kost minder moeite dan bijvoorbeeld Leodegrance of Scagramore).
De Kilikische Zeerovers: Die hebben echt bestaan! Ze leefden in de Romeinse tijd in een gebied dat nu bij Turkije hoort. Ze waren rijk en machtig – ze hadden echt purperen zeilen en gouden scheepsboegen. Ooit ontvoerden ze de beroemde Julius Caesar (ja, die van Asterix!) Maar toen was hij nog jong en niet zo beroemd. Ze wilden hem pas laten gaan als zijn familie een flinke som geld zou betalen.
Julius Caesar was woedend – want hij vond dat de zeerovers te weinig losgeld vroegen. Hij was meer waard, vond hij! Later, toen hij de baas van het Romeinse rijk was, heeft hij de zeerovers laten vangen en afslachten. Hadden ze hem maar niet moeten beledigen...
VERBORGEN BOEKEN
In bijna alle boeken kun je andere boeken terugvinden. Boeken die de schrijver zelf gelezen heeft en erg goed vindt.
Ook in De purperen koningsmantel zitten er een paar. In het hoofdstuk over de Gele Vaas komt bijvoorbeeld een detective voor, die een klunzig hulpje zoekt. Daarbij dacht ik aan de verhalen over Sherlock Holmes en zijn hulpje Watson.
De prins heeft in zijn zadeltassen niet veel spullen – maar wel een handdoek. Waarom een handdoek? Lees, als je later groot bent en Engels kunt lezen, maar eens het geweldige boek The Hitchhikers Guide tot the Galaxy. Dan weet je waarom. (Je zult trouwens lachen zoals je zelden in je leven gelachen hebt.)
Het belangrijkste verborgen boek is echter Het Sleutelkruidvan Paul Biegel. Dat gaat over een oude koning, wiens hart bijna stilstaat. Elke avond komt er een dier op bezoek, om een verhaal te vertellen zodat het hart van de koning weer even goed gaat kloppen.
Zo´n verhaal met verhalen erin heet een raamvertelling. Mijn boek is, net als dat van Biegel, een raamvertelling. Dat soort verhalen is al heel oud. De Odyssee, een boek van bijna 3000 jaar geleden, is er ook al zo een. Biegel was fan van de Odyssee, net als ik. En ik ben ook fan van Biegel. De beste schrijver van Nederland, zeker weten!
(Maar ik ben ook best goed, hoor)
Trouwens, heb je gemerkt dat er in ieder verhaal een kleur verborgen zit? Het zijn toververhalen, waarmee prins Ulfius de kleuren weer terug wil brengen in het grijze land. Daar moet natuurlijk kleur in! Grijs in het eerste en laatste hoofdstuk en in de andere hoofdstukken de zeven kleuren van de goede regenboog. In de goede volgorde, dus die weet je voortaan ook. Je hoeft alleen maar even mijn boek van buiten te leren.
|