De ongelofelijke Leonardo

Bas zit al jaren alleen in de klas. Niemand wil in de pauze met hem voetballen, niemand wil zijn vriend zijn. Dat komt niet omdat Bas flauwe grapjes maakt, vieze draadjes spuug aan zijn lip heeft hangen of met iedereen vecht. Er is een heel andere reden. Het komt door Bart, die wel flauwe grapjes maakt en spuug aan zijn lip heeft hangen en altijd wil vechten. Toch is de hele klas liever bevriend met Bart dan met Bas. Want Bart trakteert elke dag: zakken drop, slagroomtaartjes, racefietsen, voetbalplaatjes... Iedereen krijgt iets, behalve Bas.
Maar dan komt er een nieuwe jongen in de klas, Leonardo. Als hij uitgerekend naast Bas wil zitten, is dat het begin van een vriendschap waar Bas alleen maar van durfde te dromen! Want wie heeft er nu een vriend die helemaal alleen in een groot landhuis woont, altijd-raak-schietende voetbalschoenen heeft en van plan is je grootste vijand een on-ge-lo-fe-lijk lesje te leren?

 

Fragment uit De ongelofelijke Leonardo
Ik wil niet zielig doen, maar mijn klas is de meest afschuwelijke klas van de wereld. Ik zit in groep zeven, samen met vierentwintig andere kinderen. Onze tafels staan in groepjes bij elkaar en aangezien we met zijn vijfentwintigen zijn, zou je mooi vijf groepjes kunnen maken van ieder vijf tafeltjes. Maar we hebben geen vijf groepjes. We hebben er zeven. Zes groepjes van vier kinderen en één groepje van één kind. Dat ene kind heet Bas Voorhuys. En Bas Voorhuys, dat ben ik. Mijn tafel staat een eindje bij de rest vandaan, tussen de muur en de kast met de goudvissenkom. Niemand wil naast mij zitten. En dat niet alleen: er wil ook niemand met mij praten in de pauze, of met mij voetballen. Niemand wil iets met mij te maken hebben of mijn vriend zijn. Het is niet omdat ik dom ben: ik haal meestal zessen en zevens, niet heel goed en ook niet heel slecht. Het is niet omdat ik lelijk ben: ik heb geen schele gele ogen, geen vieze pukkels, en er hangt nooit een draadje spuug aan mijn onderlip. Het is niet omdat ik stink, niet omdat ik flauwe grapjes maak en ook niet omdat ik met iedereen wil vechten. Er is een andere reden. Het komt door een jongetje dat bij mij in de klas zit. Dat jongetje heet Bart van de Blakke en hij is een vreselijk-afschuwelijk-naar rotjongetje. Bart heeft wel vieze pukkels, en loensende ogen die meer geel zijn dan wit, en er hangt bijna altijd een draadje spuug aan zijn onderlip. Zijn gezicht heeft een ongezonde kleur, bijna groen. Hij lijkt op een grote groene pad. Bovendien is hij nog dommer dan een houten plank. Hij stinkt. Hij maakt flauwe grapjes. Hij wil altijd vechten, vooral met mij. Kortom: er is geen enkele reden om vriendschap met hem te sluiten. Behalve één.

vanaf 8 jaar
gebonden
160 pagina's
ISBN: 9789025109196
13,90 euro

Bestel nu DE ONGELOFELIJKE LEONARDO

VERBLUF DE JUF!

Weetjes om extra indruk te maken tijdens je boekbespreking

Mijn boeken zitten, al zeg ik het zelf, bijzonder knap in elkaar. Je kunt er veel over nadenken en veel over vertellen. Als je, bijvoorbeeld tijdens een boekbespreking, veel over mijn boeken wilt vertellen maar geen tijd hebt om er veel over na te denken: geen nood! Hier volgen een paar weetjes.

Let op: niet gewoon overschrijven en opdreunen! Sommige dingen die hier staan zijn zó bijzonder dat de meeste kinderen ze zelf niet kunnen verzinnen. Dat valt op. Zorg dat je begrijpt wat je vertelt, anders ziet je juf (of meester) meteen dat je het gewoon van internet hebt geplukt. En dan zijn ze niet meer onder de indruk. Terwijl dat natuurlijk wel de bedoeling is.

 

DE ONGELOOFLIJKE LEONARDO

 

WIE IS WIE

In veel van mijn boeken hebben de personages namen-met-een-verhaal. Ook zijn er personages die in meer dan één boek voorkomen.

 

In De Ongelofelijke Leonardo zijn dat bijvoorbeeld:

 

Leonardo: Deze geniale alleskunner heeft natuurlijk niet voor niets dezelfde voornaam als Leonardo Da Vinci. Dat was een briljante uitvinder-en-kunstenaar uit de Italiaanse stad Florence.  Hij leefde van 1452 tot 1519 en hij bedacht uitvindingen die pas honderden jaren later gemaakt konden worden, zoals de helikopter en de tank. Hij was vooral beroemd om zijn schilderijen.  Het meest bekend is de Mona Lisa, het beroemde portret van een glimlachende dame (in het boek De Ongelofelijke Leonardo hangt dat schilderij trouwens in de Eeckhof. Kijk maar eens op bladzijde 42.) 

 

Lucht-majoor Hunk: De lucht-majoor zelf komt niet in het boek voor, maar zijn helikopter wel (Leonardo vliegt daarmee weg op zoek naar zijn vader, aan het einde van het boek). De lucht-majoor komt wél voor in een ander boek van mij: Het Witte Eiland. Samen met zijn helikopter trouwens.

 

VERBORGEN BOEKEN

In bijna alle boeken kun je andere boeken terugvinden. Boeken die de schrijver zelf gelezen heeft en erg goed vindt.

Ook in De Ongelofelijke Leonardo zit zo'n boek. Kun je zelf raden welk?

Hier is een tip: een heel bijzonder kind woont helemaal alleen in een groot oud huis. Het kind heeft een vader met een spannend beroep, die voortdurend op reis is. Bovendien heeft het kind en een heleboel geld. Waar doet dat je aan denken?

 

Antwoord: Aan Pippi Langkous natuurlijk! Het sterkste meisje ter wereld, dat helemaal alleen in Villa Kakelbont woont, met haar koffer vol gouden tientjes.

Ik wilde eigenlijk een boek schrijven dat zou lijken op de boeken van Roald Dahl. Maar het ging lijken op een boek van Astrid Lindgren! Om het nog eens extra duidelijk te maken komt niet alleen  een slim jongetje in het boek voor, maar ook een 'sterkste meisje ter wereld': Sasya.

 

Filmpje


Mijn boeken